Pages

Morfologie per cellijn

Algemene richtlijnen voor het beoordelen van een beenmergpreparaat:Bij de microscopische beoordeling wordt in eerste instantie gekeken met een kleine vergroting ( 10 x objectief) om een algemene indruk te krijgen van de celdichtheid. Hierbij wordt in gebieden gekeken waar voldoende beenmergbrokjes liggen. Met deze vergroting kan ook al beoordeeld worden of er voldoende megakaryocyten en megakaryoblasten in het beenmerg aanwezig zijn. Belangrijk hierbij is dat meerdere preparaten van het beenmergaspiraat worden bekeken.
Vervolgens wordt er met een sterkere vergroting (olie-immersie / 50 x objectief) verder gekeken naar de verdeling van de beenmergsystemen, hun morfologische aspect, uitrijpingskenmerken en eventuele andere kenmerken. Ter ondersteuning van deze beoordeling worden alle cellen afkomstig van de haematopoëse in veschillende celrijke preparaten, liefst erytrocytarme beeldvelden geteld. Sommige aandoeningen zullen in verschillende beeldvelden ook zeer variabel in aantal aanwezig zijn, hier moet extra op gelet worden. Het kan zelfs voorkomen dat een afwijking slechts in 1 of een klein deel van 1 preparaat te herkennen is! Tevens dienen alle preparaten in z’n geheel gescreend te worden op de aanwezigheid van eventuele metastases van maligniteiten van elders.Morfologie van de verschillende cellen in het beenmerg:

Cel: Diameter: Kern: Cytoplasma:
Pro-erytroblast:
14 – 20 µm heeft een ronde kern, min of meer centraal gelegen in de cel.
chromatinepatroon is fijnkorrelig, soms wat neiging naar klontering.
1 tot 3 nucleoli aanwezig, deze kunnen onopvallend zijn en blauw van kleur.
het cytoplasma is smal, egaal diep basofiel gekleurd en heeft vaak een perinucleair lichter gekleurde zône.
soms kunnen pseudopodiën (cytoplasma-uitlopers) aanwezig zijn.
er zijn geen korrels aanwezig.
Basofiele erytroblast:
10 – 14 µm heeft een ronde kern, centraal of excentrisch gelegen in de cel.
chromatinepatroon is matig grofkorrelig, soms wat neiging zgn. radspaken struktuur.
nucleoli zijn niet aanwezig
het cytoplasma is breder dan van de pro-erytroblast, effen donkerblauw van kleur en heeft vaak een perinucleair lichter gekleurde zône.
er zijn geen korrels aanwezig.
Polychromatische erytroblast:
8 – 14 µm heeft een ronde kern, centraal of excentrisch gelegen in de cel.
chromatinepatroon is zeer grofkorrelig, met duidelijke klontering hierin.
nucleoli zijn niet aanwezig
het cytoplasma is breed, is wat onregelmatig en heeft een blauw-grijze tot blauw-oranje kleur.
er zijn geen korrels aanwezig.
Orthochromatische erytroblast:
7 – 10 µm heeft een ronde of onregelmatig gevormde kern, centraal of excentrisch gelegen in de cel.
chromatinepatroon is zeer grofkorrelig, sterk geklonterd tot geheel struktuurloos homogeen (pyknotisch).
nucleoli zijn niet aanwezig
het cytoplasma is breed, hooguit nog zwak basofiel met een duidelijke roze doorschijning en heeft een blauw-grijze tot grijs-oranje kleur.
er zijn geen korrels aanwezig.
Reticulocyt
7 – 9 µm heeft geen kern. het cytoplasma is wat blauw-rose tot rose.
soms wat blauwe stippeling
alleen met vitaalkleuring te zien
Myeloblast
13 – 20 µm rond tot licht ovale kern met een fijnmazig chromatinepatroon.
1 of meerdere nucleoli.
het cytoplasma is smal met een scherp begrensde rand, blauw van kleur, vaak met een heldere zône rond de kern.
Er zijn geen azurofiel granulae aanwezig.
Promyelocyt
18 – 23 µm rond tot ovale kern met een fijnmazig chromatinepatroon, excentrisch gelegen.
1 tot 3 nucleoli.
een ruim cytoplasma, blauw van kleur, vaak met een opheldering.
Er zijn grove korrels aanwezig, blauw of rood gekleurd
Myelocyt
12 – 19 µm rond tot ovale kern, soms heel licht gedeukt met een iets grover chromatinepatroon (duidelijk herkenbaar netwerk). Vaak iets excentrisch gelegen.
er zijn geen nucleoli aanwezig.
een matig ruim cytoplasma, blauwgrijs tot rose van kleur.
Er zijn fijne korrels aanwezig, paarsrood gekleurd, weinig in aantal. secundaire korreling (baso’s/eo’s) aanwezig.
Metamyelocyt
10 – 16 µm ingedeukte of niervormige kern, met een grof chromatinepatroon met klontering.
er zijn geen nucleoli aanwezig.
een matig ruim cytoplasma, rose (soms met nog wat lichtblauw) van kleur.
Er zijn fijne korrels aanwezig, paarsrood gekleurd. secundaire korreling (baso’s/eo’s) aanwezig.
Staafkernige granulocyt
9 – 15 µm staafvormige kern, vaak gebogen ligging. Smalste deel breder dan 1/3 deel van breedste deel. Zeer grof chromatinepatroon met veel klontering.
er zijn geen nucleoli aanwezig.
een ruim cytoplasma, rose van kleur en onregelmatige struktuur.
Er zijn fijne korrels aanwezig, paarsrood gekleurd. secundaire korreling (baso’s/eo’s) aanwezig.
Segmentkernige granulocyt
9 – 14 µm op 1 tot 4 plaatsen ingesnoerde kern. Zeer grof chromatinepatroon met veel compact gelegen klontering.
er zijn geen nucleoli aanwezig.
een ruim cytoplasma, rose van kleur en onregelmatige struktuur.
Er zijn fijne korrels aanwezig, paarsrood gekleurd. secundaire korreling (baso’s/eo’s) aanwezig.
Eosinofiele granulocyt
9 – 14 µm brilvormige kern (soms 3-lobbigen). Zeer grof chromatinepatroon met veel compact gelegen klontering.
er zijn geen nucleoli aanwezig.
een ruim grijsblauw cytoplasma.
Vanaf myelocytstadium grove, ronde eosinofiele korrels (oranje) aanwezig
Basofiele granulocyt
9 – 14 µm vaak slecht zichtbare kern, meerdere segmenten. Zeer grof chromatinepatroon met veel compact gelegen klontering.
er zijn geen nucleoli aanwezig.
een ruim rose cytoplasma.
Vanaf myelocytstadium grove, basofiele korrels (paars-zwarte) over gehele cel aanwezig. Hierdoor kern en cytoplasma vaak slecht waarneembaar. Bij methanol-fixatie kunnen deze korrels uitgewassen worden, waarbij “vacuoles” overblijven.
Lymfoblast
11-19 µm rond tot licht ovale kern met een wat compact grof reticulair chromatinepatroon.
1 à 2 nucleoli.
het cytoplasma is smal, blauw van kleur.
soms een perinucleair hofje.
Er zijn geen azurofiel granulae aanwezig.
Lymfocyt
6 – 12 µm ronde kern met een zeer dichte,grof geklonterde chromatinestruktuur.
geen nucleoli.
het cytoplasma is smal, grijsblauw tot blauw van kleur.
soms een perinucleair hofje.
Er zijn soms enkele azurofiel korrels aanwezig.
Plasmacel
8 – 16 µm ronde kern met een zeer dichte,grof geklonterde chromatinestruktuur,
vaak in randspakenstruktuur, excentrisch gelegen in de cel
het cytoplasma is groot, blauw tot paars van kleur, met een perinucleaire opheldering.
Monoblast 12-20 µm ronde tot ovale kern met fijn mazig chromatinepatroon, 1-2 nucleoli het cytplasma is (diep) basofiel, bevat geen korrels
Promonocyt
13 – 19 µm rond tot ovale kern, soms licht gedeukt met een fijne chromatinestruktuur, open netwerk- achtig.
enkele nucleoli.
het cytoplasma is ruim, zeer fijnmazig en grijs tot blauw-grijs van kleur.
Er zijn soms enkele kleine rode korrels aanwezig.
Monocyt
13 – 22 µm rond tot gelobde kern, met een fijne chromatinestruktuur, open netwerk- achtig met mazen.
geen nucleoli.
het cytoplasma is ruim, onregelmatig soms gevacuoliseerd en grijs (tot blauw-grijs) van kleur.
Er zijn soms enkele kleine rode korrels aanwezig.
Megakaryoblast
20 – 30 µm rond tot ovale kern, met een fijne chromatinestruktuuren onopvallende nucleoli. de cytoplasmazoom is smal, diepblauw van kleur.
jonge megakaryocyt (niet in verhouding weergegeven !)
uitgerijpte megakaryocyt (niet in verhouding weergegeven !)
60 – 100 µm sterk gelobde kern, met een grove chromatinestruktuur, open netwerk- achtig met mazen.
geen nucleoli.
het cytoplasma is ruim, onregelmatig en roze van kleur.
Er is een specifieke korreling, uitrijping tot trombocyten aan de rand zichtbaar.
trombocyt
1 – 2 µm geen kern gegranuleerd